OP HUIZENJACHT MET KRAKER JOZKA VAN VUURE

jozka

Jozka van Vuure (78) is een bekend gezicht in Deventer. De kunstenaar, troubadour, rasoptimist én kraker woont ruim 40 jaar in onze Hanzestad. Hij creëert keer op keer zijn eigen wereld in de meest bijzondere panden. Begin deze maand moest hij ‘zijn’ huis op de Grote Poot verlaten en sindsdien is hij vogelvrij.

Het is 10.00 uur ’s ochtends. We drinken koffie, slaan een Jägermeister achterover en gaan de straat op. Jozka is op de fiets. Samen met een rugzakje vol paperassen is zijn fiets alles wat hij bezit. Achterop zijn fiets hangt een verloren vrouwenbeen versierd met bloemen. Op zijn bagagedrager staat een knalgroen krat. “Ik wil me niet binden aan eigendommen en personen. Ik hecht niet aan materie. Wat gebeurt er als je veel bezit? Je zet waakhonden in de tuin en bouwt een hek om je huis, omdat je bang bent dat iemand aan jouw bezit komt. Ik leef zonder angst en zonder plan. Een plan zit hem juist in het moment dat iets je toevalt. Straks belt er iemand op en zegt: ‘Jozka, daar staat een lege fabriek. Iets voor jou?’ Als je open staat, stromen die dingen vanzelf binnen.”

Blijmoedig zwerversbestaan

Jozka is zijn hele leven al dakloos. Als klein jochie zwierf hij in Amsterdam tijdens de Hongerwinter door de stad op zoek naar eten. “Ik verloor mijn ouders tijdens de oorlog, bedelde bij Duitse soldaten en at uit prullenbakken. Als kind zie je de wereld zoals hij zich voordoet. Ik werd vindingrijk en moest het goede wel inzien. Ik creëerde blijmoedigheid, leerde survivallen in weeshuizen en verliet Amsterdam op zoek naar een fijnere plek. In Deventer voelde het warm en vertrouwd. Na 40 jaar ben ik er nog steeds.”

‘Deventer is mijn plek, maar ik heb liefde voor de wereld’

Liefdevol kraken

“De oude Houtmarktschool werd mijn eerste huis in Deventer. Ik heb altijd liefdevol gekraakt. Voordat ik een pand in trok belde ik de gemeente en vroeg: moet ik de deur forceren of geef je me de sleutel? We maakten een dealtje en in ruil voor onderhoud mocht ik het pand bewonen. Zo is het keer op keer gegaan. Ik creëerde een thuis in de Raambuurt, in de oude gevangenis in de Assenstraat, in de Viking in het centrum en tot slot in het prachtige pand op de Grote Poot. Deventer is mijn plek, maar ik heb liefde voor de wereld. Ook aan Deventer hecht ik me niet ten koste van alles.”

Spoor van poppenhoofden

We wandelen langs zijn oude huis op de Grote Poot. Jozka heeft een spoor van poppenhoofden achtergelaten op de vensterbank. Dit pand was Jozka’s kunstpaleis en stond vol met spullen. “Als je weg moet, moet je onthechten. Alle spullen heb ik weggegeven. Als je iets weg geeft, raak je het nooit meer kwijt. Je ziet je spullen weer terug in de huizen van vrienden, familie en kennissen.” Naast het spoor van poppenhoofden stonden twee bruine, leren schoenen. “Kijk, ik heb de neuzen eraf gehaald en aan de achterkant weer vastgemaakt. Mooi hè? Maar als niemand de schoenen wil hebben, neem ik ze zelf wel mee.” Hup, het groene krat in.

Logeeradressen

Totdat een nieuw pand zich aandient, slaapt Jozka op één van zijn drie logeeradressen. “Ik heb veel vrienden en kennissen in de stad. Ik mag af en toe overnachten bij een alleenstaande dame. De maaltijd vervaardig ik door het ophangen van een rekje of het masseren van een vastzittende schouder. Vannacht heb ik brood op haar rug gebakken. Dit is geen grap. Ik ben begonnen met het kloppen van het deegmassa, onder het stuiven van de bloem, in het kuiltje van haar onderrug,  Vervolgens heb ik het deeg laten rijzen op haar ideale lichaamstemperatuur van 37 graden. Ze viel voortdurend in slaap. Dit was het beste brood dat ik ooit gebakken heb.”

Gepubliceerd op indebuurt, 12 september 2017. Verder lezen? Klik hier 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *